American football

Download hier de officiële spelregels van American football. Hieronder staat slechts een beknopte uitleg van de belangrijkste regels.

1. Een American Football veld is 100 yards lang. Aan beide uiteinden liggen zogenaamde endzones van nog eens 10 yards die de teams verdedigen. Voor de technici: 1 yard is hetzelfde als 0,91 meter.

2. Elk team heeft 11 spelers in het veld staan. De hele selectie bestaat uit 47 spelers. Daarvan heeft iedereen een specifieke taak. Bij de aanval staan alleen de aanvallende spelers opgesteld, bij het verdedigen staan alleen verdedigende spelers op het veld. Er mag onbeperkt gewisseld worden, als het spel maar stil ligt.

3. Een wedstrijd duur vier keer 15 minuten zuivere speeltijd. Na twee kwarten is er een kwartier rust. Regelmatig stopt de tijd, bijvoorbeeld als een team een time out aanvraagt, als de bal niet wordt gevangen of als diegene die balbezit heeft over de zijlijn loopt.

4. De wedstrijd begint met een aftrap (kickoff). Hierbij trapt het ene team de bal het hele veld over naar de tegenstander. Degene die de bal ontvangt probeert nu zo ver mogelijk terug te lopen. Waar hij wordt gestopt begint het ontvangende team met de aanval. Na iedere score wordt opnieuw afgetrapt.

5. Om de beurt krijgen de teams de aanval. In vier pogingen probeert het aanvallende team (offense) minimaal 10 yards overbruggen. Als dit lukt, krijgt de aanval vier nieuwe pogingen, dit heet een First Down. Als dit niet lukt, krijgt de tegenstander balbezit en mogen zij aan de aanval beginnen.

6. Als de 10 yards niet worden overbrugd, dan kiest het team er bij de vierde poging meestal voor om de bal uit de handen zo ver mogelijk weg te trappen. Net als bij de kickoff probeert degene die de bal ontvangt zo ver mogelijk terug te rennen. Waar hij wordt gestopt begint de aanval.

7. Iedere aanval begint als de spelverdeler (quarterback) de bal krijgt van de grote man voor hem (center). De quarterback heeft nu de keuze uit drie mogelijkheden. Hij kan de bal gooien naar een receiver, hij kan de bal afgeven aan de runningback of hij kan zelf gaan lopen met de bal.

8. Als een aanvallende speler met de bal over de achterlijn van de tegenstander loopt en dus in de endzone komt, is er een touchdown gescoord. Hiervoor krijgt het team 6 punten.

9. Na een touchdown krijgt het aanvallende team nog een kans om 1 of 2 punten extra te scoren. Meestal wordt voor 1 punt gekozen. Dan moet de bal van dichtbij succesvol tussen de palen worden geschoten. Voor 2 punten moet van dichtbij opnieuw in één keer een ‘touchdown’ worden gescoord. Hierna wordt er opnieuw afgetrapt.

10. Soms lukt het net niet om te scoren. Binnen ongeveer 30 yards van de endzone kan het team er bij de vierde poging voor kiezen om de bal tussen de palen te schieten. Als dit lukt worden 3 punten gescoord. Ook nu wordt er opnieuw afgetrapt.

11. Niet alleen de aanval kan scoren. Als de quarterback de bal gooit mag ook een verdediger het ovaal vangen. Dit heet een interception. Bij dit spectaculaire moment verandert de aanval direct in verdediging en de verdediger met balbezit probeert de bal zo ver mogelijk terug te lopen. Waar hij wordt gestopt begint zijn team met de aanval. Maar, hij kan zelfs helemaal doorlopen naar de endzone en een touchdown scoren.

12. De verdedigende ploeg kan ook in balbezit komen door een losgeslagen bal te veroveren. Een bal is losgeslagen als de speler met balbezit de bal laat vallen voordat hij met zijn knieën de grond heeft geraakt. Dit heet een fumble. Ook hier wordt de bal zo ver mogelijk teruggelopen.

13. Het verdedigende team kan ook scoren door de aanvallende speler met balbezit te tackelen in diens eigen endzone. Dit heet een safety en levert 2 punten op. Voor straf moet de aanvallende ploeg ook nog de bal wegtrappen. Dit is de enige keer in het spel dat het team dat gescoord heeft niet de aftrap uitvoert.

14. Niet alles mag bij American Football. Zeven scheidsrechters letten op dat alles volgens de regels gebeurt. Bij een overtreding gooit de scheidsrechter een geel vlaggetje. De hoofdscheidsrechter legt vervolgens aan het publiek uit wat er aan de hand is. Een overtreding leidt tot terreinverlies afhankelijk van de ernst van de overtreding.