Scrabble

Scrabble – Spelregels

 

Elke speler probeert tijdens zijn beurt door het aanleggen van ten minste één van de zeven gepakte letters aan de al op het bord gelegde woorden een woord van ten minste twee letters te vormen, zodanig dat een zo hoog mogelijk aantal punten wordt behaald. De blanco blokjes mogen door de speler voor eender welke letter worden gebruikt (te vergelijken met een joker). Ze leveren zelf geen punten op. Vervolgens vult de speler zijn aantal letters weer blind aan tot zeven, tenzij er aan het eind van het spel minder over zijn. Het spel is voorbij als een van de spelers geen letters meer heeft (of als niemand meer een woord kan bedenken).

Het bord ziet eruit zoals hierboven afgebeeld. De letterwaarde wordt op de lichtblauwe vakken verdubbeld en op de donkerblauwe verdrievoudigd. De woordwaarde wordt op roze vakken (inclusief het centrale vak met de ster) verdubbeld en op de rode, die het meest in trek, maar tevens het schaarst zijn, verdrievoudigd. Bij het berekenen van de behaalde punten wordt eerst de letterwaarde bepaald en daarna de woordwaarde. Een letter die op een donkerblauw vakje wordt gelegd en deel uitmaakt van een woord dat ook op een roze vakje wordt gelegd, levert zo zesmaal zijn punten op.

Aanvullende regels

 

Woorden worden als bij een kruiswoordpuzzel horizontaal of verticaal gevormd, niet diagonaal.

  • Het eerste woord van een spel wordt gelegd met een van de blokjes op de roze ster in het midden. De woordwaarde wordt verdubbeld.
  • Gekleurde vakjes verliezen hun effect na de beurt waarin er een letter op is beland.
  • Wie alle zeven letters in een beurt weet te leggen krijgt 50 punten extra.
  • Een speler mag zijn/haar beurt ook gebruiken om één of meer van zijn letters te ruilen. Pas de volgende beurt mag dan weer een woord gelegd worden.
  • Letters die naast elkaar liggen moeten altijd een deel van een woord vormen.
  • Bij het einde van het spel wordt het puntenaantal van elke speler verminderd met de punten van de blokjes die hij nog over heeft. Heeft een speler geen blokjes meer over dan mag hij de restpunten van de andere spelers bijtellen.

 

Uitbreidingen

 

Spelers bedenken vaak extra regels:

  • Een gelegd blanco blokje mag tijdens iemands beurt worden omgewisseld voor de letter waar dit voor was gebruikt. In deze beurt mag wel of geen (afhankelijk van de afspraak) woord gelegd worden.
  • Officieel is het spel direct afgelopen als een speler geen blokjes meer heeft, maar meestal wordt daarna doorgespeeld tot alle blokjes op het bord liggen of niemand meer een woord kan maken.
  • Vetoregel: een speler die nog niet aan de beurt is kan het woord van een andere speler afkeuren als hij zelf op dezelfde plek van het bord een woord kan maken dat meer punten oplevert. De speler waarvan het woord werd afgekeurd neemt zijn blokjes terug en moet een ander woord maken.

 

Hoge puntenaantallen

 

Veel punten zijn te behalen door:

  • Gebruik van “dure” letters, zoals de Q10, Y8 en de W4 en die te leggen op een lichtblauw of donkerblauw vakje, waardoor de letterwaarde verveelvoudigt.
  • Rode of roze vakjes te benutten en zo de woordwaarde te verveelvoudigen.
  • Gelegde letters zowel in horizontale als in verticale zin een woord laten vormen, tot twee woorden naast of boven elkaar toe.
  • Een al gelegd “duur” woord met één letter te verlengen tijdens het leggen van een ander woord dwars hierop.
  • Een al gelegd “duur” woord met een deel te verlengen waardoor de woordwaarde (opnieuw) verveelvoudigt.
  • Alle zeven letters in één beurt leggen.
  •  

Extreem voorbeeld: een Q10 die op een donkerblauw vakje deel uitmaakt van zowel een horizontaal als een verticaal woord levert alleen al 60 punten op!

Over het algemeen is het woordenboek (in Nederland en Vlaanderen veelal de Dikke Van Dale) de geaccepteerde scheidsrechter voor de toegestane woorden, hoewel ook de officiële ScrabbleWoordenLijst (gebaseerd op de Dikke Van Dale) in populariteit toeneemt. Tevens zijn er officieuze woordenlijsten in boekvorm en op cd-rom verkrijgbaar. De spelregels rond de toegestane woorden kunnen per taal verschillen. Door de spelers kunnen hierover onderling bepaalde afspraken worden gemaakt.

De verrassendste woorden vormen de werkwoordvervoegingen zoals opnam, bijtank, wegga, aankom, ook wel de “als/toen-woorden” genoemd omdat ze ontstaan in zinnen die met “als” of “toen” beginnen. Bij Scrabble zijn ze toegestaan hoewel ze in de gewone woordenboeken niet staan genoemd. Ook een aanvoegende wijs is toegestaan en daardoor is het mogelijk een woord steeds weer een letter langer te maken (met een woord loodrecht daarop), bijvoorbeeld: werk, werke, werken, werkend, werkende, werkenden.

Het resultaat van een Scrabblepartij met een puntentotaal tussen 600 en 700 wordt beschouwd als “goed”, tussen 700 en 800 als “zeer goed” en boven de 800 als “uitstekend”. Voor het vergelijken van individuele scores moeten deze getallen worden gedeeld door het aantal deelnemers. De hoogst haalbare score van het Scrabblespel is onbekend en zal wel onbekend blijven.

 

Puntennotatie

 

Er bestaan twee manieren van noteren van punten: sequentieel en accumulatief. Sequentiële notatie houdt in dat van elke beurt het behaalde puntenaantal wordt opgeschreven. Pas aan het eind van het spel worden per speler al deze aantallen bij elkaar opgeteld. Het nadeel hiervan is dat er tijdens het spel geen duidelijk zicht is op de stand tussen de partijen. Accumulatieve notatie houdt in dat de behaalde punten per beurt bij de vorige wordt opgeteld. Het resultaat geeft op elk moment inzicht in de stand tussen partijen. Nadelen hiervan zijn de grotere kans op fouten en het ontbreken van de soms opmerkelijke puntenaantallen per beurt.

 

Letters

 

Letters in het Nederlandse scrabblespel
Letter Punten Aantal   Letter Punten Aantal   Letter Punten Aantal   Letter Punten Aantal   Letter Punten Aantal
A 1 6   G 3 3   M 3 3   S 2 4   Y 8 1
B 3 2   H 4 2   N 1 10   T 2 5   (IJ) (4) (2)
C 5 2   I 1 4   O 1 6   U 4 3   Z 4 2
D 2 5   J 4 2   P 3 2   V 4 2   Blanco 0 2
E 1 18   K 3 3   Q 10 1   W 5 2        
F 4 1   L 3 3   R 2 5   X 8 1        

 

Problematische letters zijn in het Nederlands de C (die vaak overblijft aan het einde) en de Q (die nauwelijks zonder U gebruikt kan worden).

De Nederlandse spelregels zijn niet duidelijk over de Y en de meeste Nederlanders gebruiken de Y als IJ. Bij sommige uitgaven bevat de gebruiksaanwijzing een voorbeeld waaruit blijkt dat de Y als Y moet worden gebruikt terwijl de IJ uit I en J wordt samengesteld.