Sagaland

Spelregels – Sagaland

 

Spelinhoud

1 speelbord

13 vraagkaarten

13 bomen van kunststof

13 schijven met sprookjesmotieven

6 speelfiguren

2 dobbelstenen

 

Kenmerken van het spel

Een sprookje om te spelen voor kinderen en volwassenen

Gebruikers

Een dobbelsteenspel voor 2 – 6 spelers vanaf 8 jaar.

Thema van het spel

Van Sagaland of het land der sagen heeft iedereen wel eens gehoord en iedereen heeft er zo zijn eigen voorstelling van. Wij bedoelen het volgende verhaal, dat de mensen aan elkaar vertellen:

Er was eens een koning die woonde in een prachtig slot hoog boven het woud van Sagaland. Zijn onderdanen zouden zich geen betere koning kunnen voorstellen, zo wijs en goedig hij zijn scepter zwaaide.

Vele jaren gingen voorbij in Sagaland en de koning voelde dat hij oud werd en hij begon zich er zorgen over te maken wie er na hem zou regeren, want hij had geen kinderen. Hij had echter als koning dikwijls over de wonderlijke en eigenaardige dingen horen vertellen, die in het woud van Sagaland verborgen waren en die zijn nieuwsgierigheid sterk geprikkeld hadden. Hij besloot dus deze verbazingwekkende dingen te laten zoeken, zodat hij ze op zijn slot zou kunnen verzamelen en iedereen ze zou kunnen zien en er zich over zou kunnen verbazen.

Toen de koning dit plan opgevat had, liet hij overal verkondigen dat degene die hem als eerste naar drie van die wonderbare dingen zou kunnen brengen, als zijn opvolger zou worden aangewezen.

Doel van het spel

De spelers spelen het sprookje verder. Zij begeven zich in het woud van Sagaland op zoek naar de dingen, die de koning zou willen hebben en spoeden zich dan naar het slot om de koning de vindplaatsen mede te delen. Zij moeten daarbij niet alleen de vragen van de koning goed kunnen beantwoorden, maar ook de aanvallen van de andere spelers met succes kunnen afweren. Er komt ook nog toverij aan te pas. Wie als eerste de drie vindplaatsen juist genoemd heeft, is winnaar.

Voorbereiding

  1. Voordat het eerste spel begint, maakt men de 13 vraagkaarten los ; dat geldt ook voor de 13 schijven met de plaatjes van de te zoeken dingen. Deze schijven worden met de beeldzijde naar buiten in de bomen gedrukt, zoals de afbeelding laat zien. De schijven blijven voortaan in de bomen geklemd.
  2. De bomen worden geschud en op de blauwe dwaallichtvlammetjes langs de weg door het woud geplaatst. Niemand mag weten wat zich waar bevindt.
  3. Iedere speler kiest een speelfiguur en plaatst die op een van de huizen in het dorp.
  4. De vraagkaarten worden geschud en op de binnenplaats van het slot gelegd, de bovenste kaart wordt omgedraaid.
  5. De spelers bepalen, al of niet met de dobbelsteen, wie er begint.

 

Spelverloop

De spelers komen aan de beurt in de richting van de wijzers van de klok. Er wordt steeds met twee dobbelstenen gespeeld. De figuren starten vanaf het veld met de ster voor de poort van het dorp. Dit veld wordt als eerste geteld.

Zetten:

De worp van de beide dobbelstenen wordt ieder apart gezet. Men mag naar keuze met het grote of het kleine aantal ogen beginnen en men mag in iedere richting, vooruit of achteruit, zetten. Overigens moet het gehele aantal ogen van één dobbelsteen in één richting worden gezet. Figuren van de andere spelers mag men passeren en de velden waarop deze staan worden meegeteld.

Naar huis sturen:

Als een figuur precies op een bezet veld komt met de ogen van de eerste of de tweede dobbelsteen of met beide, dan wordt de figuur van de medespeler weer naar het dorp gestuurd. Daar moet opnieuw worden begonnen.

Dingen vinden:

Wie met zijn figuur precies op een blauw veld komt, kan onder de boom, die er naast staat, nakijken welk ding daar is verstopt. Bij het bekijken houdt men de boom natuurlijk zó, dat de medespelers niet kunnen zien wat er onder de boom te zien is.

Naar het slot gaan:

Als een speler het ding heeft ontdekt waarnaar de bovenste kaart vraagt, kan hij zich naar het slot spoeden. Het is meestal beter als de medespelers dit voornemen niet onmiddellijk in de gaten hebben, omdat ze anders allemaal zullen proberen deze figuur naar huis te sturen.

In het slot moet men precies op het veld met de sleutel aankomen. Men mag de passende zet ook met één dobbelsteen doen; het aantal ogen van de tweede dobbelsteen komt dan te vervallen. Als men het sleutelveld niet kan bereiken, moet men het slot voorbijgaan, en wel net zo vaak tot men er in slaagt een passende worp te doen.