Lekkerbek

Spelregels - Lekkerbek

 

SPELINHOUD :

  • Ø 4 gedeelten van het speelbord
  • Ø 4 dieren (slak, kever, muis en kikker)
  • Ø 4 dobbelstenen (rood, groen, geel en blauw)
  • Ø 20 voersteentjes : rood voor de kever, groen voor de kikker, geel voor de slak, blauw voor de muis, zwart voor allemaal (joker).

GEBRUIKERS :

Voor 2 tot 4 spelers, vanaf 4 jaar.

THEMA VAN HET SPEL :

Slak, kever, kikker en muis kruipen, scharrelen en springen hongerig door het gras.  Welk diertje heeft het fijnste neusje bij het opsporen van het voer ?

 

DOEL VAN HET SPEL :

Een “zoek het voer”.  Welke speler verzamelt met zijn diertje het snelst 4 voersteentjes van de juiste kleur ?

 

 

VOORBEREIDING :

De gedeelten van het speelbord worden zo neergelegd, dat de “weg” die afgelegd moet worden een kring vormt.

Voor 2 spelers neem je 2 gedeelten van het speelbord, voor 3 spelers 3 en voor 4 spelers 4.

RAADGEVINGEN :

Ieder speler zoekt een dier uit en pakt de dobbelsteen, die daarbij hoort.  De dieren worden, zoals ’t valt, op de weggedeelten gezet.  Voor ieder dier in het spel worden 5 voersteentjes bij elkaar genomen, 4 stukken in de juiste kleur en 1 zwart. 

De voersteentjes worden geschud en omgedraaid, met de gekleurde kant naar beneden verborgen, op de onbezette weggedeelten verdeeld, op ieder vakje 2 of 3 voersteentjes.

 

SPELVERLOOP :

Het langzaamste dier begint :

1.  slak,

2.  kever,

3.  kikker,

4.  muis.

Ieder op hun beurt, en in deze volgorde, gooien de spelers hun eigen dobbelsteen.  Men kiest een van de twee cijfers aangeduid op de dobbelsteen, en met de wijzers van de klok mee moet men het diertje zoveel vakjes vooruitschuiven.

Plaats bezet : Indien je op een plaats komt, waar al een ander dier op staat, mag de speler nog een keer gooien en verder gaan, nadat hij eventueel voer erop gevonden heeft.

Het vinden van voer : Komt het dier op een plaats met verborgen voersteentjes (een of meer), gekleurde kant naar beneden, neemt hij er een van en draait het steentje om.  Als het voersteentje de kleur van het eigen diertje heeft, ofwel zwart, mag de speler het houden. Indien dit niet het geval is, moet hij de speler kiezen met de juiste kleur.

Als het dier op een vakje komt met duidelijk zichtbare kleur (zie dobbelen) dan mag de speler het steentje nemen, maar alleen de steen met de juiste kleur.  Andere voersteentjes moet hij laten liggen.

Let op :

 

Als er meer voersteentjes op een vakje liggen, mag er toch maar een steen omgedraaid worden.

Dobbelen :Als een speler voer voor een ander dier heeft gevonden dan stopt hij het voersteentje achter zijn rug, in een hand, en steekt dan de speler, voor wiens diertje het voer bestemd is, twee handen toe.  De andere speler moet dan raden in welke hand het voer zit.  Als hij dit goed raadt, krijgt hij het en mag hij het houden.  Kiest hij verkeerd, dan legt de speler, die het voersteentje gevonden heeft, dit met de kleur naar boven, op goed geluk, maar niet bij het dier van dezelfde kleur.

DE WINNAAR :

Wie als eerste 4 voersteentjes voor zijn diertje bij elkaar heeft (eigen kleur of zwart) heeft het spel gewonnen.

Nota :  Er kan nog doorgespeeld worden, tot alle dieren genoeg gegeten hebben.  In dat geval, de dieren, die al 4 steentjes hebben, blijven gewoon in het spel (dat wil zeggen : ze blijven op die plaats staan waar ze hun vierde voersteentje gevonden hebben).